Leren van (positieve) feedback

Gisteren gaf ik les aan een groep praktijkopleiders verpleegkunde. Ze klaagden over dat zoveel eerste jaar studenten zo’n moeite lijken te hebben met het leren van de feedback die ze krijgen. “Ik blijf maar uitleggen. Willen ze nu niet of kunnen ze nu niet?” , riep een van de docenten. Zoals inmiddels wel bekend is bij de meeste opleiders is de frontale cortex pas uitontwikkeld rond 23-25 levensjaar. Dit betekent dat controle functies die je nodig hebt bij zaken als plannen, het managen van je emoties, het kunnen beheersen van impulsen, maar ook het aanpassen van je gedrag op basis van aanwijzingen nog niet zo goed ontwikkeld is bij jongeren en kinderen in vergelijking met volwassenen. Zeker jongeren tot een jaar of 16 is dit het geval. Het brein van jongeren is dus opvallend genoeg minder flexibel, terwijl we juist meestal denken dat jongeren een flexibeler brein hebben dan volwassenen, maar dat is dus niet het geval bij het direct aanpassen van gedrag.

Dit komt omdat het begrijpen van de aanwijzingen en het omzetten van de aanwijzingen naar nieuw handelen in twee verschillende gebieden van de frontale cortex worden verwerkt. Dus je leerling kan best begrijpen wat je zegt, het kunnen doen zal vaak niet meteen vlekkeloos gaan. En dat is dus geen kwestie van niet willen, maar veel eerder van (nog) niet kunnen. Het veel en verschillend oefenen van het handelen is daarom belangrijk. Een keer is meestal niet genoeg. Let daarbij op dat je dan vooral positieve feedback geeft. Ook dit is namelijk een verschil tussen een kinder- en adolescentenbrein ten opzichte van een volwassenbrein.

Een volwassenen leert in principe net zo veel van negatieve feedback als van positieve feedback. Er is bij jongeren echter minder hersenactiviteit bij het krijgen van negatieve feedback. Straffen of afkeuren heeft daarom dus niet veel zin als je als opleider het doel heb het gedrag van de jongeren te veranderen. De jongerenhersenen reageren wel sterk (sterker dan volwassenen zelfs) op stimulans en bevestiging. Het beloningscentrum is erg actief in deze leeftijd. Wil je dus dat je leerling ander gedrag laat zien, dan is het dus effectiever om positieve feedback te geven. Let daarbij wel op dat je de feedback richt op de inspanning die de leerling laat zien (growth mindset) in plaats van op persoonskenmerken (wat kun je toch goed rekenen), want het laatste lokt juist een fixed mindset uit, waardoor leerlingen zichzelf remmen in het aangaan van uitdagende taken en uiteindelijk dus minder leren.

 

Linda Luchtman
Love2Learn.nl - Je partner in leren en opleiden

25-09-2014

Reacties

Reactie toevoegen

Naam
E-mail
Bericht